Archief | april 2017

Weer in de maling genomen door draak Janouk

Het is lente en de paarden mogen weer op de wei. We laten ze langzaam wennen aan het rijke voorjaarsgras. Dus ze mogen steeds ietsje langer buiten. kleinVandaag mogen ze een uur op de wei. Natuurlijk veeeeel te kort.

In een ideale wereld roep ik de paarden en zij komen aan rennen vanaf de wei en gaan elk hun eigen stal in.

Maar in mijn haflinger wereld natuurlijk niet. Ik roep de haflingers en probeer ze te verleiden door te rammelen met een emmer overheerlijke brokjes. Meneer Anton kijkt op en draaft in een rustig tempo mijn kant op. So far so good. Ineens zie ik in de verte Janouk aan komen galopperen. Ik denk nog: “Goh, de wonderen zijn de wereld nog niet uit”, want Janouk neemt normaal altijd alle tijd om te komen.

Janouk snijdt Meneer Anton de pas af en blokkeert de doorgang van de wei naar de stal.  Ze komen op 3 meter van mij tot stilstand. GGRRRR ik kijk Janouk boos aan en waarschuw haar. “Als jij Meneer Anton overhaalt om met jou mee terug te rennen naar de wei, dan word ik echt boos”.   Janouk kijkt mij heel stout aan: “o, o, o, wat ben ik bang, dus niet”.  Ze rent hard hinnikend en bokkend weg. Ik probeer nog hard rammelend met de biks in de emmer om Meneer Anton bij mij te lokken. Uiteindelijk gaat de liefde van de man toch door de maag, zeggen ze. Maar Janouk’s gehinnik was overtuigender en weg is Meneer Anton. In volle galop achter de in de verte verdwijnende Janouk aan.

GGGGRRRR daar sta ik dan: boos stampend op de grond met mijn emmertje biks te rammelen en te kijken naar de steeds kleiner wordende achterkanten van die blonde monsters.   Zuchtend haal ik de halsters en haal Meneer Anton op in de wei. Hij laat zich gemakkelijk vangen en ik breng hem weer naar stal. Dan weer terug om Draak Janouk te vangen. Die staat natuurlijk helemaal achterin de wei, in de uiterste hoek. Met haar ogen dicht verstopt achter een grasspriet, want als zij mij niet ziet, zie ik haar natuurlijk ook niet.

Als ik er eindelijk ben, klop ik op haar voorhoofd “hallo, hier ben ik, Draak”.  Ze doet voorzichtig haar ogen open. Dan legt ze heel lief haar hoofd op mijn schouder en knort zachtjes. Ik smelt. Sukkel die ik ben, want ik weet dat ik weer in de maling wordt genomen. Ze loopt heel langzaam achter mij aan naar stal. Heel langzaam, om de tijd op de wei zo lang mogelijk te maken.

 

 

Share